vervolg groepstherapie

‘Boosheid is een goede emotie, die zeker ook aanwezig mag zijn. Dit is en blijft voor mij een lastige stap om te accepteren dat ik boos mag zijn’

De groepstherapie was inmiddels een onderdeel van mijn leven. Het was mijn “werk” op dat moment. De laatste fase van de groepsbehandeling was aangebroken. De therapiegenoten waren vertrouwd geworden en de therapeuten hoorden bij het dagelijkse leven. Iedere lunchpauze even een rondje naar het park met mijn therapiegenoten om even uit het ziekenhuis te zijn. Samen even te lunchen, en gewoon gezellig ouwehoeren.

Tijdens de therapiesessies hielpen we elkaar om zelfstandig te worden. Niet om de problemen van een ander op te lossen, of ideeën aan te dragen maar juist verwijzen naar wat we tijdens de eerdere sessies hebben geleerd. Een ander zelf laten benoemen welk schema er op komt spelen, en laten nadenken hoe je er anders naar zou kunnen kijken.


Het effect van groepstherapie wierp zijn vruchten af, en ik zag de positieve uitwerking van groepstherapie. Ik leerde van anderen om meer aan mijzelf te denken en mijzelf op de eerste plaats te zetten. Terwijl anderen van mij leerden om juist meer te zorgen voor familie en vrienden en zichzelf even op de tweede plaats te zetten.

Tijdens de sessies met de dramatherapeut kwamen vele situaties uit het verleden langs. Situaties waarover ik nooit sprak, kwamen aanbod tijdens deze sessies. Voorbeelden hiervan zijn: het pesten van vroeger, mijn onzekerheid over mijn uiterlijk, de scheiding van mijn ouders en mijn prestatiedrang. Hierdoor werd het steeds makkelijker om te kunnen verklaren waarom ik op een bepaalde manier reageerde in situaties. Een van mijn mechanismes om mijn onzekerheid te verbergen was door middel van overcompenseren, dit zag ik tijdens deze sessies ook vaak terugkomen.


Binnen de schematherapie werd ook psychomotorische therapie gegeven. Oftewel door middel van bewegen werken aan je schema’s. Voor mij waren dit confronterende sessies. Wie gaat er nu met een blinddoek een parcours lopen met lastige hindernissen zonder hulp? Tja dat deed ik, bewijzen dat ik het kan… maar waarom zou je het willen kunnen? Of een potje badmintonnen, dat is toch hartstikke leuk? Maar helaas, het ging niet zoals ik wilde, we konden nog geen 10 keer overspelen of het shutteltje viel alweer… Wat ben ik toch slecht… Ik kan ook niets hè, ze zullen wel denken…

Ik kwam mijn gewoontes in hele kleine dingen tegen maar ook angsten kwamen naar voren. Met een honkbalknuppel moesten we tegen een basketbal slaan. Eerst rustig en vervolgens steeds harder en tot slot weer rustiger. Een oefening waarvan ik vooraf denk, wat is dat nu weer voor onzin….. Daar ga je toch geen dingen van leren maar het tegendeel bewees zich direct. Ik heb de oefening uitgevoerd maar toen ik op zijn hardst sloeg ben ik weggelopen. Wat vond ik dat eng. Ik wil niet boos zijn, ik mag niet boos zijn, ik wil een ander geen pijn doen, ik kan dit niet, ik doe hier iemand mee pijn. Dat waren mijn gedachten. Ik kon niet begrijpen dat dit een manier was om frustratie te uiten, ik was zo bang iemand pijn te doen hiermee.

Tijdens deze therapiesessie kwam ik erachter dat ik niet boos durfde te zijn, uit angst om een ander pijn te doen. Ook vond ik het eng als een ander tegen de bal sloeg, bang dat hij boos was op mij maar vooral bang dat ik iets verkeerd had gedaan.

Boosheid is een goede emotie, die zeker ook aanwezig mag zijn. Dit is en blijft voor mij een lastige stap om te accepteren dat ik boos mag zijn.


De therapie kwam langzaam tot zijn einde. Er waren 18 intensieve weken verstreken. Toen moest ik het zelf doen. Geen vangnet meer 2 keer in de week. Geen vaste structuur van de therapie meer. Het was de kunst om nu al het geleerde in praktijk te brengen. Meer voor mijzelf zorgen en minder bezig zijn van wat anderen van mij vinden..

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.